Fonk Magazine

Human after all

Het humane vinden in steriele machines, in de technologie. Het menselijke aspect van apparatuur in operatiekamers of gigantische slachtmachines. Mijke Rummens (24) doet het in haar fotografie. ‘Straks is een robot gewoon beter dan de mens. Maar zo’n robot is wel bedacht, ontworpen en gemaakt door de mens zelf. Dat maakt een robot toch weer menselijk.’

Tekst Bart Remmers

Vader Rummens is amateur-fotograaf, moeder maakt prachtige fotoalbums. De broer van fotograaf Mijke Rummens (Apeldoorn, 1985) is filmregisseur. De andere broer is grafisch ontwerper. ‘Bij mij is het serieus fotograferen begonnen tijdens een trip naar Barcelona, vijf jaar geleden. Op dat moment was ik met een studie  bezig die ik niet meer zag zitten, ik heb eerst een jaar lang de studie Maatschappelijk Werk gedaan, daar was ik toen iets te jong voor. Daarna wilde ik iets met taal en cultuur doen, helaas was dat op HBO-niveau onmogelijk.’ Ook de opleiding International Business and Languages was een doodlopende weg. Kortom, het reisje naar Barcelona bood soelaas, in die Spaanse stad werd Rummens besmet met het fotografievirus. De foto’s die er geschoten werden waren mede debet aan Rummens’ haar toelating op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) waar ze ruim vier jaar geleden startte.

Human After All

‘Het sociale aspect van de studie Maatschappelijk Werk trok mij na de studie nog steeds. Omgang met mensen en hun problematiek. Ik koos op de HKU voor de richting Documentaire Fotografie. Op die manier kon ik door middel van fotografie toch met mensen bezig zijn. Zo kan je in een volksbuurt terechtkomen om daar reportages te maken en op een ander niveau met de bewoners bezig zijn en kan je de maatschappij iets vertellen met behulp van die foto’s. Je krijgt een beeld van hoe die mensen in een volksbuurt leven en wat ze dagelijks meemaken. In mijn eerste jaar HKU was ik vooral bezig met mensen. Dat veranderde op een gegeven moment. Ik vond het steeds moeilijker om personen te fotograferen. Met ze praten vond ik prachtig, maar op het moment dat ik mijn camera uit de tas pakte, blokkeerde ik volledig. Ik had het gevoel – hoewel het altijd vrijwillig was – dat ik de mensen voor de lens ‘gebruikte’ voor mijn foto’s. Dat ik iets maakte ten kosten van de persoon voor de camera. Het ging niet meer.’

In het tweede jaar op de HKU kwam de kentering. Rummens kreeg de opdracht om een serie te maken over verborgen gebieden. ‘Ik ben bij operatiekamers terechtgekomen. Ik ben als kind vaak geopereerd. Dat was de inspiratie toen ik een verborgen locatie moest bedenken voor de opdracht’, vertelt de fotograaf. ‘Als klein kind waren operatiekamers altijd enorm fascinerend. Ontzettend spannend. Ze kunnen van alles met je doen in die ruimtes. Ik heb bij ziekenhuizen aangeklopt voor toestemming om te fotograferen in de operatiekamers. Dat was behoorlijk moeilijk. Gelukkig stond men er regelmatig voor open omdat het zo’n bijzonder idee is. Een ziekenhuis in Amsterdam had een splinternieuwe operatiekamer met daarin de nieuwste technologie. Aan de andere kant van de wereld kan men live meekijken naar operaties die hier in Nederland plaatsvinden. Kleine ingrepen worden bijna allemaal automatisch bestuurd. Een menselijk leven ligt in de handen van de technologie. Is dat een beangstigend idee? Ik denk het niet. Ik vind het zeer interessant. We gaan naar zo’n technologisch geavanceerde wereld toe en we moeten er maar op vertrouwen. Het contrast tussen enerzijds het menselijke en anderzijds de technologie, is intrigerend. Straks is een robot gewoon beter dan de mens. Maar zo’n robot is wel bedacht, ontworpen en gemaakt door de mens zelf. Dat maakt een robot toch weer menselijk. Human after all. Ik heb er voor gekozen om geen mensen in deze foto’s te gebruiken, je ziet niemand op de operatietafel liggen. Je maakt juist een betere voorstelling van wat er in zo’n ruimte kan gebeuren, wanneer je geen personen ziet. Ik wil laten zien dat zo’n operatiekamer niet eng is, het heeft iets veiligs.’

Every Hour Berlin

Mijke Rummens ging sowieso op vakantie naar Berlijn. Daar had een camera verder weinig mee van doen. Maar het fotografenbloed kriebelde. Er moest en zou een project aan verbonden worden, een concept. Dat werd de serie ‘Every Hour Berlin’. ‘Ik ging tien dagen naar Berlijn en wilde het op een bijzondere manier vastleggen. Toen ik in de bus naar Duitsland zat, viel het kwartje. Plan was om ieder uur dat ik in Berlijn was, ik een foto zou maken van wat ik op dat moment zag. Ik heb de wekker op mijn telefoon aangezet, zodat het ieder uur afging als waarschuwing. Tijd voor de volgende foto. Ik deed het ook snel, niet moeilijk doen. Het waren snapshots. En dat tien dagen lang. Alleen wanneer ik sliep fotografeerde ik niet.’

‘Het leukste aan de serie was dat op momenten dat je eigenlijk heel graag een foto wilde maken, je niets mocht doen. Op momenten dat je wél mocht schieten, had ik dan net geen idee wat te fotograferen. Achteraf zijn juist die foto’s het interessantst. De lelijke plekken horen er gewoon bij, ze zijn onderdeel van je reis.’

Eindresultaat is een right on the spot collage van de Duitse hoofdstad. Mooie plekken en lelijke plekken, beroemde gebouwen en vervallen panden, stillevens en drukbezochte underground feestjes. ‘Ik was met een vriendin op vakantie, dus je ziet haar vaak op de foto’s. Er is een boekje van deze serie gemaakt en eigenlijk gaat dat boekje over haar’, lacht Rummens. ‘Every Hour Berlin is anders dan mijn overige werk, maar het was erg leuk om te doen.’

Hier zit ik dan

Na de operatiekamers waar de technologie overheerst en het even bohémien als ondoorgrondelijke Berlijn, richtte Rummens haar lens in de serie ‘Hier zit ik dan’ op jonge meiden in hun kamertje in opvanghuizen. ‘Een veel persoonlijker project. Na een wisseling van docenten kregen we een totaal ander thema waarmee we aan de slag moesten. Iets in de trant van ‘Samen werken, samen leven’, het toenmalige nieuwe kabinetsbeleid’, vertelt de fotograaf. ‘Een goede vriendin van mij werkte in de opvang en via haar kwam ik in aanraking met de meisjes. Het meest interessant vond ik hun kamers. Mijn ouders waren net geëmigreerd naar Spanje. Op zo’n moment ga je nadenken wat eigenlijk je ‘thuis’ is. Ik woonde op een piepklein studentenkamertje, dát was mijn nieuwe thuis. Datzelfde moest voor de meiden in de opvang gelden. In hoeverre waren de kleine kamers waar ze verbleven hun thuis?’

‘Ik heb contact opgenomen met drie opvanghuizen. Eentje waar de bewoners kort verblijven, één waar ze iets langer vertoeven en een huis waar de meiden voor een aantal jaren blijven totdat ze achttien zijn en weg mogen. Ik vind het iets triest hebben wanneer mensen uit hun koffer moeten leven. Vooral voor die jonge meiden die geen thuis meer hebben’, vertelt Rummens. ‘Uiteindelijk heb ik de meisjes geportretteerd in hun kamer. Sommige meiden moesten niets hebben van mijn foto’s, ze vonden het niet prettig. Anderen vonden het juist interessant om door mij gefotografeerd te worden. Ik praatte niet ontzettend veel met de meisjes, maar nam wel de tijd om kennis met ze te maken. Het is niet zo dat ik met mijn camera binnen kwam wandelen en de foto’s nam. Ik was zelf ook benieuwd naar hun verhaal.’

Dat de kamers uit de serie ‘Hier zit ik dan’ geen sombere ruimtes bevolkt door getormenteerde pubers zijn, maar frisse verblijven vol vrolijke kleurtjes (met name roze), valt enorm op. Is dat toeval? Rummens: ‘Ja. Dat is toeval. Negentig procent van de kamers was echt roze. Het was boeiend om te zien dat de kamers in de crisisopvang enkel gemeubileerd zijn met een bed, een bureau en één prikbord waar alles aan opgehangen moet worden. Er mag niets aan de muren zelf geprikt of gehangen worden. Wat je ziet is dat die prikborden volhangen met persoonlijke dingetjes. Foto’s, kaarten, brieven van vriendinnen… Het is mooi om te zien hoe de bewoners bezig zijn met hun ‘thuis’.’

Six Days a Week

Het afstudeerproject van Rummens bestaat uit twee series: Six Days a Week en ISO 14644-1/The Unknown World. De laatste reeks richt zich op industriële ruimtes die continue aan een bepaalde luchtzuiverheid moeten voldoen, de zogenaamde cleanrooms in de farmacie, de micro-electronica en de levensmiddelenindustrie. Six Days a Week geeft een ontnuchterend beeld van de ‘slachtindustrie’ en bestaat uit foto’s van machines waarmee dieren verwerkt worden voordat ze eindigen als koopwaar voor slagerij, restaurant of supermarkt. ‘Ik wilde iets met verborgen gebieden doen. Het interessante aan fotografie is dat je aan mensen plekken kunt tonen, die ze anders nooit zullen zien. Dat vind ik ook het leukste aan het vak. Je komt op bijzondere plekken waar bijna niemand komt’, legt Rummens uit. ‘Iemand op North Sea Jazz vertelde mij dat haar vriendje werkte op een kippenslachterij. Hij was monteur van kippenslachtmachines. Ik was direct gefascineerd. Er zijn natuurlijk mensen die daar de hele dag mee bezig zijn. Na research ging er een wereld open. Enorm boeiend. Hoe maakt men zo’n machine? Hoe werkt het?’

Rondlopen in een fabriek waar wekelijks 250.000 kippen worden geslacht voor consumptiedoeleinden was voor Mijke Rummens behoorlijk heftig. ‘Toen ik er rondliep ging het nog wel, maar in de bus terug naar huis kreeg ik een shock te verwerken. We leven in zo’n bizarre maatschappij. De schaal waarop dieren moeten sterven voor onze maaltijd is gigantisch. Vegetariër ben ik overigens niet geworden na dit project. Mijn opa was slager. In zijn tijd ging alles met hand en bijl. Als je dat vergelijkt met de hedendaagse massa-industrie is het bijna onvoorstelbaar. Ik kwam slachtmachines tegen waar 1.600 varkens per uur in verwerkt worden.’

Heden en de toekomst

Momenteel is de inmiddels aan de HKU afgestudeerde Mijke Rummens klaar voor de volgende stap, die van professioneel fotograaf. ‘Ik heb mijzelf tot december de tijd gegeven om een baan of stageplek te vinden bij een gerenommeerd fotograaf. Ik wil nu het werkveld in en leren hoe je de juiste opdrachten binnenhaalt’, vertelt Rummens.

Ambities genoeg. Mooie opdrachten binnenhalen, nieuwe projecten, documentairewerk maken en wie weet aan de slag gaan in het buitenland. Het kan allemaal. ‘Op de HKU heb je bijna niet met de buitenwereld te maken, je werkt in een kleine groep. Nu wil ik mijn vleugels uitslaan, de wereld ontdekken met behulp van de fotografie.’